Het nieuwe spel langs de lijn: wie mag er foto’s maken?
Op een koude woensdagavond in stadium , terwijl Club Brugge een cruciaal duel speelt tegen Marseille, is er iemand die niet kijkt naar de bal. Zijn blik is gericht op Romeo Vermant – niet als tegenstander, maar als onderwerp. Ingehuurd door de speler zelf, volgt een personal fotograaf elk moment van zijn wedstrijd. Dit is geen uitzondering, maar symptoom van een groter fenomeen: voetballers bouwen niet alleen aan hun statistieken, maar ook aan hun image . De drang naar het perfecte plaatje heeft een nieuwe sport wereldwijd binnengestormd – en die speelt zich nu ook af langs de zijlijn.
Vroeger deelden spelers wazige screenshots van persfoto’s, soms zelfs met watermark erop. Nu is picture perfect de norm. Van de Amerikaanse sportwereld overgewaaid naar de Europese topclubs, is de trend ook in België onstuitbaar. Zelfs bij amateurclubs als Sporting Hasselt vraagt een speler beleefd of hij zijn own fotograaf mag meenemen. Bij de G6-clubs is het aantal verzoeken gestegen tot ‘tientallen per week’. Pieter Slembrouck, oprichter van Gallery Play, ziet zijn agenda vollopen: “Via word in de kleedkamer begon mijn naam rond te gaan.” De bal is inderdaad aan het rollen – alleen nu niet op het veld, maar in het mediaveld.
Het is meer dan alleen een mooie foto. In de moderne sport is een speler een brand , compleet met verhaal en identiteit. Bedrijven zoals Sporthouse en SportPlus Media helpen spelers hun portfolio op te bouwen. “Wij focussen op de speler, niet op de bal,” zegt Slembrouck. Terwijl persfotografen op zoek zijn naar het money shot – een doelpunt, een gejuich – leveren private creators een complete serie: van warming-up tot ploegmoment. En het gaat niet alleen om wedstrijden. “Je volgt vaak niet alleen hun carrière, maar hun hele life ,” aldus Slembrouck, die trouwfoto’s en vakantiefoto’s maakt. Voor topspelers is de payment fors – en soms vliegt de fotograaf mee naar de Afrika Cup.
Maar achter elk perfect plaatje schuilt ook een schaduwkant. De opkomst van zoveel content creators veroorzaakt chaos op de zijlijn. “Soms is het één grote puinhoop,” zegt beroepsfotograaf Jan De Meuleneir. “Mensen hollen rond, springen op het veld – voor onze camera’s.” Veel zijn jong, onervaren en ongewild in overtreding. Regelgeving wordt genegeerd: vaste posities, drie meter van de lijn, geen veld betreden. “Het gaat om basic beleefdheid,” zegt Slembrouck. Terwijl journalistieke fotografen snel beelden leveren voor nieuws, creëren private shooters een gecontroleerd, clean imago – maar missen ze de kritische momenten.
Het is een clash tussen twee werelden. Clubs reageren elk op hun manier: Anderlecht verbiedt privéfotografen, Genk toezicht ‘streng’, Club Brugge probeert een balance te vinden. Sportspress pleit voor een kader: “Anders neemt elke speler straks een photographer mee,” zegt Rudy Nuyens. De vraag is: hoeveel content is genoeg? En wie mag er staan waar? “Voor iedereen dezelfde rules ,” eist Nuyens. Of uiteindelijk iedereen content is, moet de tijd show zien – maar de zijlijn is nu al overvol.
Ik werk zelf in de sportfotografie en het wordt inderdaad onhoudbaar. Die amateurs lopen letterlijk voor je lens.
Als speler wil je ook laten zien wie je bent buiten de wedstrijd. Waarom zou je géén personal persoonlijke content maken?
En als zo’n privéfotograaf het veld op springt tijdens een penalty? Dat is gewoon gevaarlijk. Veiligheid moet voor alles gaan.
Vroeger was één foto na de match genoeg. Nu moet alles gefilmd, edited bijgesneden en geplaatst worden. Wat is er mis met simpelheid?
Dit is gewoon evolution. Spelers zijn merken. Geen zin in sentimentele verhalen over ‘vroege tijden’.
Wij leveren beelden voor journalistiek, niet voor glorificatie. Waar blijft het moreel kompas?
Interessant om te zien hoe snel de cultuur verandert. Maar wie bepaalt uiteindelijk wat ‘toegestaan’ is op het veld?
Het probleem is niet de hoeveelheid, maar het gebrek aan coördinatie. Een centrale vergunning zou veel oplossen.