Oorlog in Iran: wie in Europa het hardst getroffen wordt
Oorlog in Iran voelt in Europa niet als een verre tragedie, maar als een dreun op het huishouden. Terwijl de grootste economieën proberen te balanceren op een dunne ijslaag van groei, inflation en groei spelen een gevaarlijk spel. Duitsland noteert een karige 0,3 procent groei in het eerste kwartaal, Italië komt uit op 0,2 procent, maar Spanje verrast met een stevige 0,6 procent — gedreven door sterke binnenlandse vraag en handel. De oorlog, nog steeds op afstand, gooit zijn schaduw al over de hele eurozone.
Frankrijk stagneerde onverwacht — een stille alarmbel in een economisch klimaat waarin energiekosten blijven stijgen. In april bereikte de inflatie in Frankrijk 2,5 procent, het hoogste cijfer sinds midden 2024. Duitsland en Spanje volgden met vergelijkbare stijgingen. De Europese Centrale Bank (ECB) zit klem: enerzijds dreigt prijsstijging het koopvermogen af te slijten, anderzijds kan een renteverhoging de kwetsbare economie verder vertragen. De ECB houdt de rente voorlopig op 2 procent, maar een verhoging in juni lijkt onvermijdelijk.
long-term impact van het Midden-Oostenconflict worden al ingeschat. Ursula von der Leyen waarschuwde dat de effecten jaren zullen duren. Duitsland heeft zijn groeiprognose voor 2026 gehalveerd tot 0,5 procent. Dat is een mokerslag voor bondskanselier Friedrich Merz, die een ‘jaar van groei’ had beloofd na de jarenlange stilstand door de Russische gascrisis. Ondertussen staat de werkloosheid in Duitsland op 6,4 procent — het hoogste niveau in bijna zes jaar.
budget van het conflict dit jaar op 6 miljard euro en wil compenseren via bevriezing van uitgaven. Italië, waar premier Giorgia Meloni worstelt met uitgaven voor energie en defensie, verwacht pas dit jaar het EU-limiet van 3 procent begrotingstekort te halen. Een slower growth zou haar plannen onder druk zetten. De oorlog raakt niet alleen de olieprijzen — hij schudt ook de politieke beloften van Europese leiders door elkaar.
infrastructure en defensie, zoals Duitsland nu lanceert, zijn bedoeld als groeimotor. Maar in deze context worden ze eerder een buffer tegen crisis. De economische vooruitzichten zijn zo grijs als een Berlijnse ochtend. De vraag is niet of Europa zal lijden onder de gevolgen van de oorlog — maar wie het het hardst zal voelen. En of de beloften van groei nog serieus genomen kunnen worden.
Spanje doet het goed, maar hoe duurzaam is die binnenlandse vraag als de inflatie blijft stijgen?
Duitsland op 6,4% werkloosheid? Dat is geen stagnatie meer, dat is een recession neergang in slow motion.
6 miljard voor Frankrijk? Dan kun je net een middelgrote snelweg bouwen. Is dat de cost prijs van geopolitieke onrust?
De ECB speelt met vuur. Een rate hike renteverhoging nu kan bedrijven de das omdoen.
Alweer een prognose naar beneden. Wanneer leren we dat voorspellen in tijden van oorlog illusie is?
Interessant hoe ‘groei’ opeens betekent: minder hard dalen. Taalvervalsing in economisch beleid.
Merz beloofde groei, maar kreeg oorlog. Soms heeft een bondskanselier gewoon pech, denk ik.
Italië op 3% tekort… en dan nog zorgen over uitgaven? Dat is toch exact de regel?