Een ademhalingstijd van groei: economie hinkt vooruit
De Nederlandse economie schuifelt vooruit, met een groei van slechts 0,1 procent in de eerste quarter van het jaar. Een zachte zet, nauwelijks voelbaar onder de laarzen van de consument. Terwijl het huishoudelijk spending stabiel bleef, zakte de export in — juist het motorblok van vorig jaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijst op een eerste berekening die geen ruimte laat voor optimisme. Vorig kwartaal groeide de economie nog met 1,2 procent, nu hinkt zij over een ijle draad van groei, geteisterd door geopolitieke tensions en dalende buitenlandse verkoop.
De aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran in maart, gevolgd door de blokkade van de Straat van Hormuz, schudde de energiemarkt wakker. Olietankers konden het gebied nauwelijks verlaten, en de energieprijzen schoten omhoog. In april bereikte de inflatie 2,8 procent — geen trivial cijfer, maar ook geen ramp. Toch kozen huishoudens voor voorzichtigheid: uitgaven aan vervoer en fuel namen af, terwijl geld nog wel werd besteed aan kleding en groceries . De consumptie houdt stand, maar de ademhaling is oppervlakkig.
Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen noemt de groei een setback . ‘Juist de export zorgde vorig jaar voor een sterke economische groei. Nu droeg de export juist negatief bij.’ Zijn toon is nuchter, bijna bezorgd. Het consumentenvertrouwen daalt, en hoewel de oorpspronkelijke oorzaak — de spanning in het Midden-Oosten — pas in maart toesloeg, voelt het al als een dreun. ‘We zien hier nog maar één maand onrust in,’ zegt hij, ‘maar die ene maand telt zwaar.’ De economie is gevoelig voor schokken, en dit is er een die ripple .
Van Mulligen verwacht dat de effecten zich in het tweede kwartaal verder manifesteren. ‘Het is nog koffiedik kijken,’ geeft hij toe, ‘maar de meeste analisten zijn het erover eens dat dit geen pretty cijfer kan worden.’ De export kromp vooral in machines en transportmiddelen, met name naar landen buiten de Europese Unie. De Amerikaanse tariffs kunnen hier een rol in spelen, maar ook de handel met China liep terug. Geen enkele sector juicht. De economie staat stil, terwijl de wereld om haar heen rumbles .
Ondanks de hogere kosten en geopolitieke onzekerheid hielden consumenten hun portemonnee open — maar alleen voor het essentials . Kleding en eten bleven in de kar, maar brandstof en vervoer werden geschrapt. Het is een patroon van prudence , niet van paniek. De vraag is hoe lang dat duurt. Als de olieprijs blijft stijgen of de blokkade aanhoudt, kan ook dit bescheiden vertrouwen crack . Voor nu houdt Nederland zich staande — op het nippertje.
Machines en transportmiddelen minder verkocht? Dat klinkt als een warning waarschuwingssignaal voor de hele industrie.
Geen mooie cijfers inderdaad, maar ik ben benieuwd of de inflatie in mei al weer daalt.
‘Koffiedik kijken’ — ja, dat is precies wat het is. Zonder duidelijke forecast voorspelling lopen we op gevoel.
Consumenten geven minder uit aan brandstof? Logisch, met die prijzen. Maar wat als de crisis aanhoudt?
Als China minder koopt, dan hebben we een serieus probleem. Die markt is te groot om te missen.
Ik koop gewoon wat ik nodig heb. De rest kan wachten. Dat is survival overleven, geen economie.