Digitale en functionele biomarkers: van meting naar vroegsignalering
De druk op het zorgsysteem neemt sharply toe door vergrijzing, complexe ziekten en een tekort aan zorgpersoneel. Tegelijk groeit de behoefte aan solutions die zorg betaalbaar en toegankelijk houden. Daarbij spelen biomarkers – met name digitale varianten – een steeds grotere rol. Ze maken het mogelijk om gezondheid continu te volgen en ziekten vroeger te detect , nog voordat klachten zich manifesteren. Onderzoeksinstituut TNO werkt samen met zorgverleners en wetenschappers aan de ontwikkeling van deze technologie, die een brug moet slaan tussen innovatie en daily practice .
Volgens Suzan Wopereis, Principal Scientist bij TNO, is samenwerking essentieel om innovaties daadwerkelijk te implement . "De zorg van morgen is nu al nodig", stelt ze. "We moeten de beweging maken van ziekte en behandeling naar gezondheid, preventie, early detection , eigen regie en ondersteuning dichtbij huis." Die transitie vraagt om nieuwe manieren van meten, waarin biomarkers een central role spelen. Maar te vaak blijven innovaties steken tussen prototype, validatie en opschaling.
Biomarkers zijn objectieve meetbare indicatoren van de gezondheidstoestand. Traditioneel worden ze pas gebruikt nadat klachten zijn ontstaan. Lars Verschuren, Senior Scientist bij TNO, ziet daar ruimte voor verbetering: "We proberen het ziektemechanisme in kaart te brengen en de eerste aanzet van ziekte te detecteren met zogeheten functionele biomarkers." Deze kunnen het begin van een ziekte al vaststellen voordat er symptomen zijn. Een concreet voorbeeld is een biomarkerpanel voor leverfibrose, ontwikkeld met UMC’s, dat invasieve leverbiopten in sommige gevallen overbodig maakt.
Parallel daaraan groeit het belang van digitale biomarkers: gezondheidsdata uit wearables, sensoren en smartphones. Deze technologie maakt continuous monitoring mogelijk van hartslag, slaap en activiteit. Willem van den Brink, Scientific Lead van het Digital Biomarker Lab, benadrukt dat het niet gaat om het verzamelen van data, maar om het benutten ervan. "Hoe zorgen we ervoor dat die slaapdata echt bijdraagt aan de gezondheid?" vraagt hij. AI helpt patronen te herkennen, zoals veranderingen in hartslagvariabiliteit, en kan verslechtering vroegtijdig signaleren.
Functionele en digitale biomarkers zijn complementair. De eerste geven inzicht in biologische processen, de laatste in dagelijks functioneren. Samen bieden ze een completer beeld. Nieuwe sensortechnologie laat toe dat ook biologische markers steeds vaker continu worden gemeten, zoals bij glucosemonitoring. De grens tussen beide vormen blurs langzaam. Toch is meten alleen niet genoeg: de translation naar bruikbare, betrouwbare inzichten is wat echt verschil maakt voor patiënten en zorgverleners.
Leuk dat AI hier nuttig wordt ingezet, maar ik vraag me af of al die data echt veilig is. Privacy is een groot concern aandachtspunt.
Mijn vader heeft hartfalen en draagt al een smartwatch. Als zo’n device apparaatje echt kan helpen om vroegtijdig in te grijpen, is dat enorm waardevol.
Altijd weer dezelfde belofte: innovatie in de zorg. Maar blijft het bij praten? Die gap kloof tussen laboratorium en praktijk is jarenlang hetzelfde.
Goed dat er wordt gewerkt aan low-threshold laagdrempelige oplossingen. In de huisartspraktijk moet het écht haalbaar zijn, niet alleen in het ziekenhuis.
Endometriose wordt eindelijk serieus genomen. Hopelijk leidt zo’n biomarker ook tot snellere diagnosis diagnose voor vrouwen die jaren wachten.
De cost kosten van deze technologie worden niet genoeg besproken. Wordt dit alleen toegankelijk voor bepaalde groepen?
Fijne ontwikkeling, maar de echte uitdaging is de integration integratie in bestaande zorgsystemen. Dat is waar veel piloten stranden.