Hoger, lager of net genoeg: wie bepaalt de prijs van Europa?
challenges zijn er genoeg voor Europa: klimaatverandering, defensie, innovatie, arme regio’s. Maar de vraag die nu alles bepaalt, is: heeft de Europese Unie genoeg geld om daaraan te voldoen? De Europese Commissie zegt van niet — zij roept om een budget van maar liefst 2.000 miljard euro voor de periode 2028-2034. Dat klinkt als een astronomisch bedrag, maar het is slechts 1,26 procent van het Europese BBP. En zelfs dat bedrag moet deels dienen om oude schulden terug te betalen, van het recovery fund . Wat overblijft voor het ‘gewone’ budget is 1,15 procent. Toch is het genoeg om een politieke battle van jewelste los te maken.
Want terwijl de Commissie wil investeren in technology , energie en defensie, vrezen lidstaten als Nederland en Duitsland — de zogeheten ‘zuinige landen’ — voor een te hoge bijdrage. Ze willen minder geld naar landbouw, meer naar concurrentievermogen. België’s premier Bart De Wever noemde het Commissievoorstel zelfs een moonshot . Intussen wil het Europees Parlement nóg meer: 10 procent bovenop het Commissieplan. Dat zou oplopen tot 1,38 procent van het BBP. Hun boodschap is duidelijk: besparen op het Europese Sociaal Fonds of klimaatprogramma’s is ondenkbaar. En ook Erasmus moet groeien.
Hoe moet dat geld worden raised ? Nu komt de moeilijkste knoop. De EU haalt haar inkomsten vooral uit nationale bijdragen en douanerechten — tot nu toe de enige echte taxes . Maar de Commissie stelt voor om die belastingen uit te breiden: een taks op elektronisch afval, tabak, grote bedrijven, uitstootrechten. Samen zouden die 60 miljard euro per jaar opleveren. Ook het Parlement denkt aan een taks op digitale diensten, met name gericht op Amerikaanse techgiganten. Het idee: wie profiteert van de Europese markt, moet meebetalen. Maar lidstaten aarzelen. Zij willen geen extra druk op hun eigen economieën — en al helemaal geen precedent voor Europese soevereiniteit in belastingzaken.
De discussie is dan ook meer dan een financiële rekensom — het is een ideologische strijd. Moet Europa solidair zijn of efficiënt? Mogen arme regio’s blijven profiteren, of moeten rijke landen minder betalen? En wie bepaalt waar het geld naartoe gaat? De terugbetaling van het coronafonds, die vanaf 2028 moet beginnen, voegt extra spanning toe. Of de EU opnieuw gaat lenen — zoals De Wever suggereerde — is nog onduidelijk. António Costa, de huidige voorzitter van de Europese Raad, hoopt op een akkoord in december. Maar met verkiezingen in Frankrijk, Italië en Polen in 2027, is politieke wil schaars. Elke regeringsleider moet rekening houden met kiezers die wantrouwend staan tegenover Brussel.
En dus wachten we op een compromise dat misschien nooit komt. De marge is klein — slechts 0,11 procent van het BBP — maar de implicaties zijn enorm. De vraag is niet alleen hoeveel geld Europa nodig heeft, maar wat Europa wil zijn. Een bureaucratische machine of een verenigde kracht in een onstabiele wereld? De discussie over het budget is uiteindelijk een gesprek over identiteit. En daarover zijn de Europeanen allesbehalve eenstemmig. Zoals een parlementsmedewerker waarschuwde: reject we het akkoord als er te veel wordt gesnoeid, dan zit er geen andere keuze in. De onderhandelingen zijn pas begonnen — en de popcorn is al halverwege.
Ik vind het gewoon logisch dat Europa meer investeert in climate klimaat en technologie. De wereld verandert, en wij moeten mee.
Een taks op digitale diensten klinkt mooi, maar wie draagt die uiteindelijk? Waarschijnlijk de consumer consument.
Zonder subsidies is er geen landbouw. Punt uit. Laat ze niet besparen op farmers boeren terwijl techbedrijven miljarden verdienen.
1,38 procent van het BBP? Dat is meer dan genoeg. Waarom moeten we altijd spend besteden in plaats van efficiënter werken?
Die Europese belastingen zijn een gevaarlijke stap. Grote vragen over democratische controle.
Het Parlement moet een sterke stem hebben. Anders wordt dit weer een clubje van regeringsleiders achter gesloten deuren.
Als grote techbedrijven profiteren van de interne markt, is een eerlijke bijdrage niet te veel gevraagd.
Laat de arme regio’s hun geld houden. Solidariteit is wat Europa uniek maakt, niet concurrentie.